Musica Cubana

 

In elke stad in Cuba is er een casa de musica, is er een trova, of casa de tradiciones waar gezongen, gedanst en gespeeld wordt, met de fles rum in de buurt. 

Buena Fe, de populaire band die van trova evolueerde naar een echte rock band, mocht in het voorprogramma spelen van de Rolling Stones in mei 2016 in Havana. Hun videoclips op YouTube tonen het Cubaanse leven waarover ze zingen. 

Hun teksten zijn hekelend, vertellend of beschrijvend, aansluitend op het dagelijkse leven, met veel herhaling, net als bij de genres son en trova  waarin de centrale thema’s ook de vrouw, het hof maken, het liefdesverdriet en de ontrouw zijn, zoals te zien in de Video Dame Guerra

https://www.youtube.com/watch?v=Ir_fQDh2v64

 

Of het nu nueva trova, of de oude liefdesliedjes zijn, ze blijven uit de trovatrommel komen en  de serenades  en harten vullen. Cuba kan niet zonder trova, niet zonder zijn bolero.  Leoni Torres en Descemer zingen een hymne op de liefde in Bueno Amor Bonito . De video vertelt drie verhalen met mensen op zoek naar liefde en die uiteindelijk op dezelfde plek vinden. 

https://vimeo.com/165594002

 

Jongeren vinden deze muziek ‘cool’, en dus ‘chevere’,  wat het Cubaanse alternatief voor ‘cool’ is. Chevere wordt ook gebruikt om de populaire salsa-muziek te benoemen. Cuba Chevere. Er zijn veel varianten van. Een van de meest gekende performers is Alain Daniel. Hij stamt uit een traditioneel muzikale familie. Een grappig nummer, changüí-pop en salsa,  dat hij samen met Buena Fe brengt is  "La carta". In het liedje is een boerenjongen (guajiro)  verliefd op een vrouwelijke veearts.  Zij, een universitair, en hij, guajiro. Hij wil haar een liefdesbrief schrijven. Tja. Het eindbeeld toont dat woordenboeken overal te koop zijn

https://www.youtube.com/watch?v=8nPu533znfc

 

Clips bij de liedjes spiegelen het leven in Cuba af , zoals die van de bekende timba- trompettist uit Cienfuegos, Alexander de Abreu. Hij heeft het over paspoorten. Timba duwt salsa nog verder en mengt het met mambo en rumba, alternerend met stemmen en trompet. De dagelijkse beslommeringen en heel sterk de liefde voor Cuba worden heel ritmisch geëtaleerd. Ook bij hem is er die typische afro-invloed die niet weg te denken is uit de Cubaanse muziek.

https://www.youtube.com/user/havanadeprimera?annotation_id=annotation_1236188219&feature=iv&src_vid=RoGFYO32lEw&sub_confirmation=1

 

Het is feest als muziek  de beroemde Cubaan met de Nederlandse naam Leo Brouwer aan de beurt is. Zijn veelzijdigheid en vernieuwing gaan van eenvoudige gitaarboekjes voor kinderen over symfonieën, jazz en dansmuziek naar avant-garde gitaarcomposities.  Zoek zijn naam op ‘You tube’ en je wordt vergast op prachtige klassieke gitaarstukjes zoals Cancion de Cuna (wiegeliedje ), Un dia de Noviembre. Ze zijn een streling voor het oor.

https://www.youtube.com/watch?v=8p2UvOu9a8E

https://www.youtube.com/watch?v=v36l7eVXvZc

 

We kunnen niet eindigen zonder de Buena Vista Social Club, ook al luistert de doorsnee-Cubaan niet naar de traditionele liedjes die goed klinken in de oren van de toeristen. Hoe dan ook blijven Guantanamera, op de oorspronkelijke tekst van de dicter José Martí, Besame mucho en Quizas Quizas onvergankelijk, zeker in de versies gezongen door Omara Portuondo en Ibrahim Ferrer.

https://www.youtube.com/watch?v=SEQpp2xvWY0

______________________________________________________________

 

Schaakmemoires van Cirius Fernandez

door Lut Baten

Ana Vivian, de getuige in ons boek uit Santa Clara die in Costa Rica woont, vertelde over haar schakende vader, Cirius Fernandez. Ik leerde de man kennen als vlotte ‘70er die voor het internationale gezelschap van de Vlaamse Interuniversitaire Raad DJ speelde  elke keer bij de afsluitende rumparty  na een week hard werken, op de bovenverdieping van zijn kleine huis in het nauwe straatje van San Miguel, genoemd naar de eerste kroniekschrijver van het stadje Santa Clara. Daar had zijn dochter haar appartementje. Hij had een cd speler met goeie luidsprekers en was een fan van The Beatles en andere muziek uit de jaren ’60. Hij moedigde het buitenlandse contact van zijn dochter aan, sprak heel goed Engels en was erg geïnteresseerd in wat we deden. Terloops vertelde hij over zijn leven als schaakkapitein voor de Cubaanse ploeg.

 

Hij was vaak weg toen Ana Vivian een kind was. Hij bracht haar altijd cadeautjes mee van zowat overal. Hij reisde in de jaren 70 vaak rond in Zuid-Amerika als nationale ‘subkampioen’. In 1988 was hij in Salónica, Griekenland en in 1990 in Novi Sad, Servië, als kapitein van de Cubaanse ploeg. Het is daar dat hij voor het eerst de gouden tonen van verschoten herfstblaren heeft gezien en en nadien de eerste sneeuw. Hij kon zijn verwondering voor zoveel ongekend schoons delen met zijn goede vriend, Glogoricč de Servische wereldkampioen schaken en auteur van het boek over de match van de eeuw tussen Spassky en Fischer in 1972. Ze hadden elkaar leren kennen in 1962 in Cuba ter gelegenheid van het schaaktornooi ter ere van de Cubaanse wereldkampioen José Raúl Capablanca en ze hadden elkaar ook op een ander vlak gevonden: de muziek. Op 88-jarige leeftijd was Glogoricč nog beginnen componeren. Muziek zijn eerste passie. Hij maakte toen de cd How to survive the 20th century?, met 12 liedjes, gaande van blues over jazz naar rap met de boodschap Life is all we have. De boodschap van de schaakkampioen-guerillastrijder uit de 2e wereldoorlog was simpel : Het level is een wonder onder de wonderen in de wereld, want het is onze grootste rijkdom.

 

Op de hoes van deze cd prijkt Che Guevara. Brothers in arms? Zou de schaker op de voorgrond Glogoricč zijn of wou de kampioen eer bewijzen aan zijn fan uit 1962? Hebben ze elkaar toen ontmoet?  Het is alom bekend dat Che Guevara van schaken hield want ook in Argentinie was schaken heel populair. Het is trouwens in dat verband dat hij het eerst over Cuba hoorde. Capablanca, de Cubaanse kampioen verbleef een tijd in Argentinië . De grote schaakbijbel op dat moment was het Argentijnse vierdelige klassieke werk  Trato General de Ajedrez van Roberto Grau.

  

 Schaken was samen met boksen en baseball, dé sport in Cuba voor de revolutie. Geschiedkundige bronnen uit 1835 vermelden kampioenschappen in Bayamo met de vader van Carlos Manuel de Céspedes. In Cuba noemen ze Céspedes de vader van het schaken omdat hij de spelregels uit een Frans standaardwerk vertaalde. In Havana was het de geleerde dokter Carlos J. Finlay, uit Camagüey, de uitvinder van het medicijn tegen de gele koorts, die de schaakclub stichtte en er het wereldkampioenschap in 1888 tussen de Tsjech Steinitz en de Rus Chigorin organiseerde.  Uit deze wieg groeide die wereldkampioen José Raúl Capablanca die al op 15-jarige leeftijd in New York voor het eerst de titel wegkaapte. Het was die Capablanca die in 1939 Buenos Aires aandeed. Net voor de revolutie,  in 1958 kaapte   de Cubaanse ingenieur Eldis Cobo Arteaga op het open tornooi in Rochester, VS de kampioenstitel weg. Schaken is na na de revolutie verder uitgegroeid in Cuba, vooral in Santa Clara,  omdat er een sportschool kwam om talenten te ontwikkelen, en een kwaliteitstijdschrift, Jacque Mate.

 

Schaken heeft Cirius Fernandez geen windeieren gelegd. Het redde hem professioneel en familiaal want hij kon er zijn familie van onderhouden en internationale relaties leggen. Hij bleef naar Santa Clara terugkomen en woont er nog op zijn oude dag. Zijn leerlingen deden dat niet allemaal. Bekende Cubaanse  schakers van dit moment zijn Leinier Domingues, Lázaro Bruzón, Jesús Nogueiras.  Guillermo Garcia is jong gestorven. Hij heeft met hen elke dag uren geschaakt want, in tegenstelling tot het populaire dominospel, dat op elke hoek van de straat wordt gespeeld, vereist schaken een dagelijkse training en heel veel concentratie en studie om dat wereldniveau te halen.

____________________________________________________________________

Zingende Violeta’s                          

door Lut Baten

Ze zingt betoverend mooi, Violeta del Río uit Camagüey, schrijft Leonardo Padura. Haar bijnaam was Lina Ojos Bellas, omwille van haar mooie ogen  en haar onmogelijke naam: Catalina Basterrechea. Maar hij noemt haar Violeta del Río. in zijn boek La neblina del ayer. De nevel van gisteren, voor het eerst,verschenen in 2005, en in 2015 al in vierde druk, in Barcelona. Padura publiceert, als Cubaanse auteur, in het buitenland, wonend in Havana. Kan het toeval zijn dat twee jaar voordien, in 2003, La  Guaracherea de Cuba, Celia Cruz, overleed, na een schitterende zangcarrière, in het buitenland? Hij vernoemt haar naam trouwens in zijn boek, op p. 36 :

             Aquí había buenas cantantes, Celia Cruz, Olguita Guillot, Elena Burke, una pila, pero cada una andaba por su camino y nadie se metía en el terreno de las otras. 

Er waren tal van goede zangeressen maar ze gingen elk hun eigen weg, en liepen elkaar niet in de weg.

 

Het enige wat ik goed kan, is zingen antwoordde Celia Cruz aan Celia Sanchez in 1959 toen  deze Celia, de rechterhand van Fidel, haar probeerde te overtuigen om terug te keren naar Cuba. Celia besefte dat ze heel wat deelde met haar naamgenote, hoeveel ze beiden van Cuba hielden en hoe ze de moeilijke, sociale situatie aanvoelden. Sanchez besefte hoe Cruz de Afro-Cubaanse muziek met hart en ziel vertolkte, hoe de ritmes doorheen haar mooie lijf en leden zinderden, zeker op het podium. Deze intelligente vrouw met een gedegen muziek- en rechtenopleiding had de son, de rumba, de bolero, in Havana, haar geboortestad, op een hoger peil gebracht. Ze doorzag de situatie van haar land en ook haar situatie. Welke vleugels zou ze nog uitslaan? De revolutie was uitgebroken, Fidel nam de macht over.  Weer van hetzelfde, maar anders? Celia Cruz  was op tournee in Mexico met haar band La Sonora Matancera en haar grote liefde, de oudere trompettist die haar verafgoodde. Ze keerde niet naar Cuba terug. Ze vloog naar New York.

 

Ze zong Amorcito Corazon, over hoe graag ze zou terugkomen maar ook over hoe graag ze zong. Ze belichaamde de boodschap van liefde, blijdschap en vreugde, niet van revolutie.  Ze wou zingen over Cuba, haar land, over liefde. Die avond toen ze in 1961 in Carnegie Hall in New York optrad stierf haar moeder. Ze zong en wou terug,  maar toen  mocht ze van Fidel niet binnen, niet meer. Ze is nooit meer teruggekeerd naar het land van haar hart. Muy dedicada … zo toegewijd. Tot 2003, En toen begon Cuba uit zijn periode especial, zijn diepe crisis te kruipen, nog altijd.

 

Toevallig hoor ik dat in februari 2019 in Nederland, na 60 jaar revolutie,  een toneelvoorstelling over de twee Celia’s zal lopen, van de hand van Suzanne Visser, een Surinaamse, die haar land ook verlaten heeft om in Nederland carrière te maken. Ze weet wat het is om in den vreemde te werken. Ze is naar Havana gereisd om er wekenlang een film te draaien. Ook die film komt in het voorjaar uit. In de toneelvoorstelling zullen beide Celia’s met elkaar praten. Het thema is alleszins geïnspireerd door Cuando sali, Toen ik Cuba verliet.

 

Suzanne uit Suriname zal proberen om deze brok energie die Celia Cruz was, in scene te zetten. De YouTube filmpjes spreken boekdelen. Als je het mij vraagt, heeft Tina Turner goed gekeken naar Celia. En Beyonce ook. Alle drie, drie generaties, stralen ze die kracht uit, delen ze die hartstocht voor muziek, datzelfde Afro-ritme dat in hun aderen stroomt. Zal Suzanne deze hartstocht delen? Deelde Violeta del Rio die? Padura suggereert het alleszins in zijn beschrijvingen. Hij moet ook goed gekeken en geluisterd hebben naar Celia Cruz en haar levensloop gelezen toen hij zijn Violeta creëerde, of liever : ze liet creëren door zijn hoofdfiguur Mario Conde. Dat is veiliger in een land waar censuur heerst, waar je op de zwarte lijst kan staan. Want Padura schuwt zijn kritiek niet.

 

De plot van het boek speelt zich af in de periode dat Celia sterft, na die periode especial. De Russische hulp is weggevallen. De bloqueo met de VS is nog aangescherpt door de toepassing van de Helms-Burton wet die ook financiële transacties met  niet-Amerikaanse bedrijven bemoeilijkt. Cuba is helemaal op zichzelf teruggevallen. Het toerisme is nog niet echt op dreef. De mensen beginnen wel weer wat armslag te krijgen. Maar de schrijnende armoede en het tekort heerst nog. Rijke huizen verkopen hun laatste bezittingen. Daarvan profiteert de ex-politieagent Mario Conde, die een antikwariaat opent en oude boeken probeert op te snorren om ze op de zwarte en toeristenmarkt te verkopen. Hij houdt van boeken. Hij is nog politieman vanbinnen maar zoals zovelen ontgoocheld in het apparaat, in het systeem, in de uitzichtloosheid van de schaarsheid.  Toevallig stuit hij op een uitzonderlijk waardevolle bibliotheek van een oud Cubaans geslacht, Los Montes de Oca. En in die boeken vindt hij brieven, gericht aan de heer des huizes, weduwnaar, 50 jaar, die blijkbaar hals over kop verliefd is op de Lina Ojos Bellos, 20 jaar, Lina met de mooie ogen, Violeta del Río dus. Maar hij is ook bevriend met Meyer Lanski en Louis Melton. Ze handelen niet in drugs, maar in andere mafiapraktijken en verdienen grof geld dat ze vóór de revolutie uit het land willen krijgen.  Mijnheer Montes de Oca en zijn mooie Violeta willen het land verlaten. Zij moet haar carrière opgeven en ze doet het, uit liefde. Genoeg stof voor een goeie plot.

 

En wie was Violeta? Net als Celia, is ze bekend in het buitenland, maar in het boek geeft ze haar zangcarrière op. En dat is precies wat Celia niet wou. Als artieste ging ze voor haar lied. Padura citeert regelmatig het lied Vete de mi, Geef me een veto, dwz laat me gaan. En Violeta gaat. Er wordt een zelfmoord georchestreerd, maar eigenlijk wordt ze vermoord. Passioneel. Leeft ze verder? Als Celia Cruz in 2003 sterft, komt er een laatste album uit :  Azúcar, Suiker(klontje) met liedjes als  Regalo del Alma, het geschenk van hart en ziel, Siempre viveré,Ik zal overleven. Cubaanser, meer Fidel kan niet. Celia heeft een Disco de Oro gekregen en een onderscheiding van Bill Clinton. Violeta overleeft, in de nevels van gisteren, in brieven, foto’s en een langspeelplaat, verloren tussen boeken van de bibliotheek en van die van de vader van Mario. Ook hij was verliefd op deze incarnatie van de bolero waarover Padura schrijft (p 133)

            El bolero es del Caribe, pose so nació en Cuba… Es la poesía del amore del tropic, un poco picúa a veces, porque somos picúos, qué le vamos a hacer…

De bolero is afkomstig uit het Caraïbisch gebied, meer bepaald uit Cuba. Het is tropische liefdespoëzie, wellicht van weinig nut, 

            Hay que dares cuenta que todo es mentira, aue nada es verdad. Hay que vivir el momento feliz, hay que gozar lo que puedas gozar,

 

Padura doet een slimme zet door Violeta del Rio te situeren in die pre-revolutietijd van neergang en zijn hoofdfiguur, Conde, verliefd op deze nevel van gisteren, ook in een periode van neergang te plaatsen, die van de late jaren ‘90. Het is de muziek en de liefde die overleven, het zijn boeken die blijven. De context waarin mensen leven, die komt en gaat. En die context beschrijft Padura in het Havana van 2003, vanuit het standpunt van de schrijver van brieven.

            Mi esperanza es que, como decía tu padre, en este país nada suele durar demasiado, somos definitivamente inconsistentes y lo que hoy parece un terremoto devastador, mañana se disolverá como un pintoresco desfile de carnaval.( p. 55)

 

en over de tijd van de revolutie:

            entregánsosa a la nueva vida de un país donde todo parece empeñado en cambiar, empezando por las personas (p 56)

 

Tegelijk zijn er ook toespelingen als :

            A lo major así aguantamos con más firmeza y coraje otros cuarenta años de bloqueo imperialista y lebreta de racionamiento… ( p 129)

 

Hij stelt zelfs de uitdrukkelijke vraag (p 199): Por qué hay tantos que quieren irse de aquí?

 en doorprikt de droom  p 334

.. todo el mundo sabía que el turismo era la única opción factible de este país, que sin negocios de las companies americanas la isla se podia paralizar y confiaba en que cuando pasara la tormenta todo volvería a funcionar como antes.

 

40 jaar later is er nog het sentiment van 1959 (p 200)

            Estuvimos en el momento en que estuvimos, y la dicha o la desgracias de ser como somos, y ya ven, hasta hubo una época en que podíamos producer más riquezas de las que necesitaba esta isla y nos creímos ricos, … nos creímos mejores, más inteligentes, más fuertes,,, Acuérdense de que Martí quería equilibrar el mundo desde aquí…. y ahí están las consecuencias…

We wanen ons beter, intelligenter, sterker, we zijn de wereldverbeteraars van Martí, maar zie de consequenties… ,

pero al final de todo llega el cansancio. El cansancio de ser tan históricos y predestinados. … el único problema es que el futuro estaba muy lejos y el camino era en pendiente y estaba lleno de sacrificios….

Het is de verveling van altijd historisch te zijn en voorbestemd, onze toekomst ligt zo veel verder en de weg ernaartoe was al zo beladen met opofferingen…

 

De ex-detective, boekverkoper besluit, nadat hij de nevels van gisteren onthuld heeft: (p 344)

            Lo cierto es que, en ocasiones, la vida puede parecerse demasiado a un bolero y la única salida elegante es entregarla, con sus penas y alegrías, a un voz capaz de aliviarla de su fatalidad esencial: una voz tibia como la de Violeta del Río

 

in de woorden van de bolero van Violeta (p351)

            Tú, que llenas todo de alegría y juventud

            Y ves fantasmas en la noche de trasluz

            Y oyes el canto perfumado del azul.

Vete de mí….

 

Of in die van Celia Cruz? Cuba, que lindo.

 

 

Aardbei en chocola, Ariel Senel Paz. Uit het Spaans vertaald door Pieter Lamberts, Zirimiri Press - 50 pagina’s, €12,90