POTPOURRI VAN

CUBAANSE UITDRUKKINGEN

 

Huib Billiet Adriaansen

 

Cubanen zijn bekend om hun danslust, hun ritmisch en muzikaal gevoel en hun feestelijke aard. Geen wonder dat daar in volkse uitdrukkingen, vaak op een schalkse manier aan gerefereerd wordt. De met muziek, dans en feest geassocieerde taalvondsten behoren tot de hardnekkigste van het eiland. Hieronder volgt een selectie. Een artikel over levende volkstaal is altijd verouderd. De jeugd heeft niet zoveel meer met een wiegende vrouwenheup die de generatie van de jaren vijftig uit evenwicht bracht. Zij smult volop van de pikante woorden en uitdrukkingen uit dansliedjes van een El Tosco, of een Manolín (sterren uit de jaren negentig), of de nog recentere teksten van een verboden reggaeton. Dat is stof voor een ander artikel. Hier volgt wat vooraf ging.

 

 

Over de timbales van Maceo en snaarloze bandurrias

 

We beginnen met instrumenten. De bongó bestaat uit twee trommeltjes die met elkaar verbonden zijn. Het instrument wordt met de handen bespeeld. Rompe el bongó (letterlijk, de bongó breekt) betekent dat het dansnummer of het feest losbarst. De uitdrukking vindt zijn oorsprong in de uitvoering van een dansnummer door volksorkestjes uit het begin van de twintigste eeuw. In het tweede, geagiteerde deel werd vaak een bongó-solo ingelast. Una situación de bongó is een ingewikkelde of moeilijke situatie. Rompe el timbal kan ook. De timbal is een grote pauk, of een eenvellige, op een statief gemonteerde trom. Een timbal betekent ook (grote) hoeveelheid: En la biblioteca hay un timbal de libros. (In de bibliotheek zijn er enorm veel boeken). Op Cuba wordt het woord cojones (testikels) in tal van Spaanse uitdrukkingen vervangen door het woord timbales. Je moet lef hebben, is hay que tener timbales. Iemand met timbales más grandes que Maceo heeft geen grotere testikels dan Maceo, maar is een dapper en waardig iemand. Antonio Maceo was een vrijheidsstrijder uit de onafhankelijkheidsoorlog tegen Spanje. Cajón (kist) is bijna het vrouwelijke equivalent van timbales. Tener el cajón entero is een grote kont hebben. Erg vriendelijk lijkt: ¡Qué clase de cajón tiene esa mulata! niet, maar een Cubaans meisje kan daar soms door gevleid worden. Wat heeft dit met muziekinstrumenten te maken? Houten kisten worden op het eiland als klankmiddel gebruik. De associatie met ‘het achterste’ van een vrouw is niet zo vreemd, als men weet dat de muzikant de cajón op de knieën legt, tussen de benen klemt, of er zelfs op gaat zitten.

 

Iemand verzoeken zijn mond te houden (wat op Cuba soms nodig is), kan zo: cierre el piano que está desafinado (doe de piano maar dicht, want ze klinkt vals). Sonarle a una mujer el piano betekent seksueel contact hebben met een vrouw. We blijven nog even bij het onderwerp. Tocar la flauta hasta las nueve plantas (letterlijk: fluit spelen tot negen verdiepingen) betekent de penis in volstrekte erectie brengen. En een vrouw op alle mogelijke manieren seksueel bevredigen, is no dar migaja sino flauta (geen kruimels geven, maar een fluit). Daarmee zijn we wel even afgedwaald, want het gaat hier niet om een muziekinstrument, maar om stokbrood. De bandurria is een mooi ogend snaarinstrument dat, net als de luit, in landelijke muziek wordt gebruikt. Maar una bandurria con las cuerdas rotas (een bandurria met gebroken snaren) is een lelijke vrouw.

 

 

Een vrouw als een tango is geen uitnodiging voor een wals

 

In tal van uitdrukkingen wordt gerefereerd aan muziekgenres, die soms tegelijk aanduiding zijn voor feest en voor de minder vreugdevolle consequenties, als dit uit de hand loopt. De guaracha is een hekelend, spottend volksgenre. Met het woord wordt ook de mop, of de grap zelf aangeduid. Een guarachero is een opgewekt persoon die alles lachwekkend vindt. De pachanga is een andere Cubaanse muziekvorm. Se acabó la pachanga betekent het is gedaan met het goede leven en querer pachanga is problemen zoeken. Coger el ritmo del chachachá betekent iets aanleren, iets in de vingers proberen krijgen. In de uitdrukking dar un pase de chachachá kan het woord pase als handbeweging worden vertaald: Si le da a  Juan dos pases de chachachá, éste se enamora perdidamente. (Als ze Juan ook maar even aanraakt, wordt hij hopeloos op haar verliefd.) Het leuke van de uitdrukking is dat pase ook (dans)pasje en vrijgeleide kan betekenen. Het tempo van de Cubaanse conga ligt beduidend hoger dan dat van onze mars. Hacer algo a paso de conga is iets haastig doen. Comparsa is een straatoptocht en heeft ook de betekenis van ‘aanhang’, ‘hoeveelheid’. Als bij de bonen een hoop aardappelen wordt geserveerd, gaat het over una comparsa de papas. Een vrouw die veel aanbidders (achter zich) heeft, tiene detrás una comparsa. Veel huilen is cantar tangos. Dan is het beter het over een andere boeg te gooien en een bolero te zingen (Olvida el tango y canta un bolero.) Een lelijke, erg door het leven getekende vrouw wordt met een tango geassocieerd: Es una mujer como el tango.

 

Een montuno is een soort collectief refrein met meer dynamiek. Als iemand iets onafgewerkt laat, of vertrekt, als het (eigenlijke) werk nog moet beginnen, zegt men: Tú te vas siempre cuando está empezando el montuno. (Jij gaat altijd weg als het montuno begint.) Omgekeerd wordt gezegd van iemand die niet van ophouden weet: Tiene un montuno que no para. Een gelijkaardige uitdrukking vermeldt de danzón, een zeer populair muziekgenre uit de eerste helft van de twintigste eeuw. Over iemand die heel actief of bedrijvig is, zegt men: Escribe danzones. (Hij schrijft danzones.) Montuno en danzón in één dialoogzin kan ook: Ese debe escribir danzones. ¿Por qué? Porque tiene un montuno que no para. (Die schrijft zeker danzones. Waarom? Omdat hij niet van ophouden weet.) Over een erg mooie vrouw zeggen Cubanen dat ze una invitación al vals is, een uitnodiging tot de wals. Een uitdrukking die het nog altijd doet, is cambiar de palo para rumba. Ze wijst op een drastische verandering, in het bijzonder het om de haverklap wisselen van meisje. In de rumbavorm guaguancó bewegen de dansers zich over een grote ruimte. Daarom betekent inventar un guaguancó sobre un ladrillo (een guaguancó dansen op één tegel) intelligent, inventief, of listig zijn. Op Cuba hoor je: ‘die moet je niet vertrouwen; hij zou zelfs een guaguancó op één tegel dansen’.

 

 

Over de heupen van Pons en het koeterfrans van Bola

 

Uitzonderlijke Cubaanse artiesten en groepen zijn in volkse uitdrukkingen vereeuwigd. Het orkest van Antonio Arnaño was razend populair. Over iemand die buitengewoon is, zegt men Este hombre es Las Maravillas de Arcaño. (Hij is als het orkest Las Maravillas van Arcaño.) In de overtreffende trap wordt een schitterende groep toegevoegd: Ese matemático es las Maravillas de Arcaño con Chapotín y sus estrellas. (Deze wiskundige is het orkest Maravillas van Arcaño en Chapotin met zijn sterren er bovenop.) Wie op de poef leeft, tiene una Sonora Matancera arriba. La Sonora Matancera was één van de best betaalde groepen. De rumbadanseres María Antonieta Pons sprong in het oog door haar geweldige heupen. Haar bijnaam was ’ciclón antillano’. Ze leeft verder in de uitdrukking: ¡Qué caderas las de esa mujer! Es María Antoineta Pons. (Wat een heupen heeft die vrouw, het lijkt wel María Antoineta Pons.) Poner a alguien en el ballet de Alicia Alonso (iemand in het ballet van Alonso plaatsen) betekent dan weer iemand hard doen werken. Hier wordt verwezen naar de prima balerina van het Nationaal Cubaans Ballet. De uitdrukking Creerse una mujer Amalia Batista (denken dat je Amalia Batista bent) refereert aan het lyrische theaterwerk van Rodrigo Prats, met de tekst “Amalia Batista, Amalia Mayombe, qué tiene esa negra que mata a los hombres.” (Wat heeft die negerin dat ze het hoofd van de mannen op hol brengt.)

 

De populaire zangeres Rita Montaner stond erom bekend altijd ad rem uit de hoek te komen; vandaar de uitdrukking tener la lengua de Rita Montaner (een tong, of taal hebben als van Rita Montaner). De uitdrukking Ser el Beny de la familia (de Beny van de familie zijn) refereert aan de populaire zanger Beny Moré, nog altijd de uitverkorene van veel (oudere) Cubanen. Over het gebrekkige Frans dat iemand praat, wordt gezegd: Es francés de Bola de Nieve. Deze uitdrukking verwijst naar het lied ‘Monsieur Julián’ van Ignacio Villa Bola de Nieve. Enkele uitdrukkingen brengen Joseíto Fernández, de zanger van ‘La Guantanamera’, ter sprake. Hij verzorgde in de jaren veertig een radioprogramma waarin op het bekende thema een ellenlange tekst werd geïmproviseerd. Over iemand die zich met veel woorden uit een situatie probeert te praten of die iemand de volle lading geeft (in een ruzie bijvoorbeeld) wordt gezegd dat hij de Guantanamera van Joseíto Fernández zingt. Lo sorprendió con otra mujer y le cantó una Guantanamera con Joseíto Fernández y todo betekent: ze vond hem in bed met een andere vrouw en ze gaf hem de volle lading.

 

 

Over liedjesteksten en gloeiende handen

 

‘El Manisero’ (de pindaventer) is het wereldberoemde nummer van Moisés Simons. Het eindigt met de herhalende woorden: “Ik ga, ik ben weg.” Cantar el Manisero (el Manisero zingen) is sterven. Naar het nummer van Ignacio Piñeiro ‘La cachimba de San Juan’ wordt verwezen in de uitdrukking: Esa mierda que pisaste está como la cachimba de San Juan. (Letterlijk: de drol waar je in hebt getrapt, is zoals de pijp van San Juan, met andere woorden stinkt.) Een populair nummer van Felipe Neri Cabrera is ‘¿Como está Miguel?’. Wil je weten hoe het gaat of hoe de zaken ervoor staan, dan zeg je: Vamos a ver como baila Miguel. (We gaan eens zien hoe Miguel danst.) Als je wil vragen wie het gedaan heeft, zeg je: ¿Quién persiguió a Muchilanga? (Wie vervolgt Muchilanga?), naar een bekend nummer van Arsenio Rodríguez. Een heel populaire rumba van Asencio González Tío Tom ligt aan de basis van de troostende uitspraak: Consuélate como yo, waarbij men de rest van het vers in gedachten houdt: yo también tuve un amor y lo perdí. (Ik had ook een geliefde en ik ben ze kwijt.)

 

Iemand die een formidabele dag heeft, Tiene un día como el guajiro de Cunagua. (Hij heeft een dag als de boer van Cunagua.) De uitdrukking is op een lied van Juana González gebaseerd. Hetzelfde lied inspireerde nog een andere uitdrukking. Tener la mano caliente (gloeiende handen hebben) refereert aan een bongó-speler. Bij onenigheid zwaait er wat. Mi hijo me respeta. Él sabe que tengo la mano caliente. (Mijn zoon respecteert me. Hij weet dat ik gloeiende handen heb.) Het nummer ‘La Guantanamera’ inspireerde een hele reeks uitdrukkingen. No me mezclas en ese guantanamera betekent: ik bemoei me niet met dit probleem. Als een feest op een gewelddadige manier uit de hand loopt, zegt men: En la fiesta se formó una guantanamera. Aan een lied van Rolando La Serie refereert de uitdrukking: tirarle una mujer a un hombre la palangana y darle con el guapachá. De vrouw maakt hevige ruzie met haar man, maar ze blijft erg op hem verliefd. Palangana is een halve kalebas die gebruikt wordt als kom. Guapachá is een variant van de guaracha. De uitdrukking betekent dus eerst iemand een palangana naar het hoofd slingeren en er vervolgens de guapachá mee dansen.

 

 

Als je m'n vis vraagt, kun je in de microfoon praten

 

Wie de hele dag met roken en koffie drinken, doorbrengt, is een hija de Mamá Inés, een dochter van Mamá Inés. Dit refereert aan het populaire nummer van Eliseo Grenet en Ernesto Lecuona: ‘Ay Mamá Inés, todos los negros tomamos café’. (Ay Mamá Inés, alle negers drinken koffie.) Heb je een rothumeur, of ben je ziek, dan moet je naar Guanabacoa. Deze wijk aan de overkant van de baai van Havana is bekend om zijn zwarte voorspellers en genezers. De uitdrukking pásate por Guanabacoa is aan het lied van Hermengildo Cárdenas (‘El brujo de Guanabacoa’) ontleend. Iemand die uit La Loma komt, is een verdacht, of slecht persoon. De uitdrukking Cuídate de ellos que son de La Loma. (Pas op met die lui, ze komen van La Loma.) refereert aan een bekend refrein waarin sprake is van de oude gevangenis van Havana, het Castillo del Príncipe, dat zich op een heuvel bevond.

 

Tocar la flauta de Bartolo betekent pijpen. Dit komt van de liedtekst: “Bartolo tenía una flauta con un agujero solo, todo el mundo se divertía con la flauta de Bartolo”. (Bartolo had een fluit met één enkel gaatje, iedereen amuseerde zich daarmee.) Hablar por el micrófono in de microfoon praten) heeft voor de Cubanen dezelfde betekenis. Papá Montero is de figuur uit het gelijknamig nummer van Ray Ramos, in New York uit Portoricaanse ouders geboren. Papá Montero is als een soort Cu- baanse legende geadopteerd. El que en vida fue, Papá Montero (hij die tijdens zijn leven een Papá Montero was) wordt gezegd over iemand die uitzinnig van het leven heeft genoten. Sterven als een Papá Montero gebeurt ten gevolge van overdreven drank- en vrouwengebruik. Heel populair is Si me pides el pescado te lo doy (Letterlijk: als je mijn vis vraagt, geef ik hem.) Pescado heeft een seksuele associatie. De uitdrukking betekent niet alleen voor jou doe ik alles, maar ook ik wil met je naar bed. Een lied van Ignacio Villa 'Bola de Nieve' ligt aan de basis van een sympathieke uitdrukking: Chivo que rompe tambor con su pellejo paga. (Letterlijk: de geit die de trom breekt, moet het met zijn vacht betalen.) Wie het potje breekt… Heb je een goede stem, dan heb je yerba santa en la garganta (heilig kruid in de keel). Deze uitdrukking is afkomstig uit een lied van de populaire zangeres Celia Cruz. Alterar a alguien el trigémino (iemand zijn drielingzenuw vervangen) betekent iemand nerveus maken. Juan me altera el trigémino cuando me llama por teléfono (Als Juan me belt, maakt hij me nerveus.) Deze uitdrukking refereert aan het lied ‘El Paralítico’ van Miguel Matamoros en aan de genezingsmethode van een op Cuba wonend Spaans medicus die verschillende ziekten verhielp door de drielingzenuw te masseren.

 

 

Een Gallego gaat beter niet naar Tropicana

 

Iets heel bijzonders, of het onmogelijke willen, is carnavales de Oriente en Navidad vragen (het carnaval van Oriente tijdens Kerstmis). Trek je altijd een blij gezicht, dan heb je een cara de carnaval, maar encender un carnaval (een carnaval ontketenen) is trammelant maken. De oude uitdrukking A la fiesta de los bombones no pueden ir los caramelos (Mulatten mogen niet naar het feest van de negers) heeft een recente variant. Om aan te geven dat iemand een nietsnut is, zegt een Cubaan: En la fiesta de los caramelos tú no eres ni papel del rompequijá (Op het feest van de karamellen ben jij zelfs nog niet het papiertje dat er omheen zit.) Aan iemand die in zijn neus peutert, wordt gevraagd: ¿Hay fiesta esta noche, que estás limpiando los faroles?’ (Is er ergens een feest vanavond, omdat je de lantaarns schoonmaakt?)

 

De Cubanen hebben de vanzelfsprekende relatie tussen dansen, feesten, versieren en ‘veroveren’ in verschillende uitdrukkingen vereeuwigd. Querer estar de fiesta (een feest willen ondergaan) betekent ook willen neuken. Hetzelfde geldt voor ir al Tropicana (naar het cabaret Tropicana gaan). Bailar betekent dansen, maar bailarle el marido a otra (met de man van een ander dansen) is vreemdgaan. A esa le están bailando el marido y no se da cuenta betekent: haar man is aan het dansen en ze heeft het niet in de gaten. El Titi está loco por bailarse a la temba de los bajos ('Titi' zou het wat graag eens doen met de rijpe vrouw van beneden). Heb je geen geluk in het leven, dan bailas con la más fea (dans je met de meest lelijke) en pasar la vida bailando el yoyo is zijn hele leven seks hebben. Bij wijze van spreken. Het is erg als je op Cuba een Gallego bent (iemand uit Galicië), want dit is een scheldwoord voor iemand die al helemaal niet kan dansen. Voor hem is het beter dat het feest onmiddellijk eindigt. Dan zegt een Cubaan Se acabó la música (De muziek is gedaan), waarmee wordt aangegeven dat iets echt afgelopen is. Dan valt er ook niets meer te zeggen.

 

Bron: Sánchez-Boudy: Diccionario Mayor de Cubanismos, Miami: Ediciones Universal, 1990 en Santiestebán, Argelio, El habla popular cubana de hoy, Ciudad de La Habana: Editorial de Ciencias Sociales, 1982.